SASSENHEIM - Tijdens een plechtige Yad Vashem-ceremonie in Sassenheim zijn donderdag 3 september verschillende Nederlanders postuum geëerd als Rechtvaardigen onder de Volkeren voor hun hulp aan Joodse kinderen tijdens de Holocaust. De medailles en oorkondes werden namens Yad Vashem overhandigd door de Israëlische ambassadeur Zvi Vapni.

De onderscheidingen gingen naar Regina Catherina Maria van der Neut-Elferink en haar kinderen Lenie, Ton en Gerarda van der Neut, naar Barend en Catharina Uijthoven-van der Zwart en naar Metje van Dijk-Bogaard. Hun verhalen zijn nauw met elkaar verbonden door het lot van de Joodse jongen Maurits Cohen.

Maurits groeide op met zijn broers Louis en Hans. Nadat de oorlog was uitgebroken, kwamen de drie jongens terecht in de Bergstichting, een Joods kindertehuis. Rond 1943 werden zij met hulp van het verzet uit elkaar gehaald en naar verschillende onderduikadressen gebracht. Zijn beide broers werden uiteindelijk ontdekt, gedeporteerd en in Auschwitz vermoord. Ook hun ouders overleefden de Holocaust niet.

Maurits kwam terecht op de boerderij van de familie Bogaard in Nieuw-Vennep, waar Metje Bogaard zich ontfermde over hem en ongeveer twintig andere ondergedoken kinderen. Toen de boerderij op 6 oktober 1943 werd overvallen, sloegen Metje, verzetsman Willem Bogaard en een aantal kinderen op de vlucht. Zij verborgen zich in een sloot. Maurits wist aan arrestatie te ontkomen.

Daarna vond hij samen met andere kinderen onderdak bij Barend en Katrien Uijthoven in Lisse. Ook daar sloeg het verraad toe. In mei 1944 vernam het verzet dat het huis gevaar liep. Na de avondklok werden Maurits en de eveneens ondergedoken Ester Mali Kaufmann per fiets naar Sassenheim gebracht. Laat op de avond stond een verzetsman met de twee kinderen voor de deur van de weduwe Ien van der Neut. Zij wist vooraf van niets. Na kort overleg met haar tienerkinderen Lenie, Ton en Gerarda liet zij de kinderen binnen. Wat voor enkele nachten bedoeld was, werd een langdurige onderduik.

In het kleine arbeidershuis van de familie Van der Neut kwam later ook de Joodse baby Marianne Tak wonen. Ton, die zelf aan de Arbeitseinsatz probeerde te ontkomen, bouwde boven de keuken een verborgen schuilplaats. Wanneer er razzia's dreigden, verdwenen Maurits en Ester daar uit het zicht en verwijderde de rest van het gezin alle sporen van hun aanwezigheid.

Eenmaal scheelde het maar weinig. Drie mannen kwamen aan de deur en één van hen keek door het raam recht in het gezicht van Maurits. Toch vertrokken zij weer zonder hem te herkennen. Nog gevaarlijker werd het tijdens een huiszoeking. Ton nam Maurits en Ester bij de hand en vluchtte met hen de velden in. Terwijl Duitse soldaten met honden naar hen zochten, gingen zij een brede sloot in en verborgen zich, verkleumd en doodsbang, tussen het riet. Pas toen het weer stil was, durfden zij terug.

Ook tijdens de Hongerwinter bleef de familie de kinderen verzorgen. Ien fietste naar boeren in de Haarlemmermeer om aardappelen en graan te bemachtigen. Het gezin leefde onder meer van tulpenbollen en suikerbieten.

Maurits overleefde de oorlog en bleef zijn leven lang nauw verbonden met de familie Van der Neut. Ester vertrok na de oorlog naar Israël. Marianne Tak bleef zelfs tot haar huwelijk in 1965 bij de familie wonen en werd door Ien wettelijk onder haar hoede genomen. Binnen de familie wordt zij tot op de dag van vandaag als familielid beschouwd.

Yad Vashem is het officiële Israëlische instituut ter nagedachtenis van de zes miljoen Joodse slachtoffers van de Sjoa en van de verwoeste Joodse gemeenschappen van Europa. Het centrum, opgericht in 1953 door de Knesset, documenteert de Holocaust, voert uitgebreid historisch onderzoek uit en eert niet-Joodse mensen die onder levensgevaar Joden hebben gered. De titel Rechtvaardige onder de Volkeren is de hoogste civiele onderscheiding die de staat Israël kent.